Voorbeelden bestuurdersaansprakelijkheidsrisico’s

 

Het aantal claims voor bestuurdersaansprakelijkheid neemt elk jaar toe. Toch komen dergelijke claims

slechts incidenteel in het nieuws. Organisaties houden dit liever buiten de publiciteit en vaak worden zaken geschikt. Met onderstaande schadevoorbeelden in de vorm van een beknopte casus kunt u zich een beeld vormen van het BTA-risico.


 

1. Het clubhuis van een sportvereniging is in de loop der jaren stevig in verval geraakt. De voorzitter heeft een lokale aannemer opdracht gegeven voor een ingrijpende verbouwing. De aannemer maakt flinke kosten en laat andere opdrachten schieten. Er is echter onvoldoende geld in kas, waardoor de sportvereniging het contract niet kan nakomen. De aannemer lijdt hierdoor aanzienlijke schade. De aannemer gaat de voorzitter en de andere bestuursleden in hun privévermogen aanspreken.

 


 

2. Het bestuur van een sportvereniging koopt een stuk grond voor de bouw van een nieuw clubhuis. Men vergeet echter bij de koop een ‘schoon grond verklaring’ te verzoeken. Achteraf blijkt de aangekochte grond vervuild en blijft de vereniging met een grote schade zitten. De vereniging caimt de schade bij haar bestuurders.

 


 

3. Een stichting van een jazzfestival in een grote stad wordt geconfronteerd met sterk tegenvallende aantallen bezoekers. Hierdoor is sprake van een zeer zwaar tekort in de begroting en gaat de stichting failliet. De achterblijvende crediteuren stellen de bestuursleden van de stichting aansprakelijk.

 


 

4. In de verwachting een subsidie voor huisvesting te ontvangen, koopt het stichtingsbestuur van een scholengemeenschap alvast een nieuw pand. Een aannemer wordt in de arm genomen om dit te verbouwen. Na enige tijd blijkt dat de stichting niet voor de subsidieregeling in aanmerking komt. De aannemer kan niet worden betaald. De aannemer laat het hier niet bij zitten en schakelt een advocaat in. Deze spreekt namens hem de bestuurders persoonlijk aan voor de geleden schade.

 


 

5. De vrijwilligers van een sportvereniging ontvangen jarenlang een kleine vergoeding. De fiscus komt hierachter en stelt dat de vergoeding gezien moet worden als inkomen waarover inkomstenbelasting en sociale premies verschuldigd zijn. Hoewel het om kleine vergoedingen gaat, is – door de grote groep vrijwilligers en groot aantal jaren - de naheffing bijzonder fors. De vereniging kan dit niet betalen en gaat failliet. De curator probeert het boedeltekort te verhalen op de privévermogens van de bestuursleden.

 


 

6. Het bestuur van een stichting komt maar niet met een financieel jaaroverzicht. Een lid van de Raad van Toezicht komt er toevallig achter dat de stichting enorme schulden heeft. De Algemene Ledenvergadering stelt de bestuurders aansprakelijk en doet ditzelfde ook bij de toezichthouders vanwege het onvoldoende uitoefenen van toezicht.

 


 

7. Een hockeyvereniging laat kunstgrasvelden aanleggen en betaalt een gespecialiseerd bedrijf een flinke geldsom aan. Vervolgens gaat dat bedrijf failliet en kan de vereniging fluiten naar haar geld. De hockeyvereniging stelt de verantwoordelijke bestuursleden aansprakelijk, omdat zij onvoldoende hebben onderzocht of het bedrijf kredietwaardig was.