Casus

Casus bestuurdersaansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad: betalingsonwil en betalingsonmacht.

De heer V. heeft bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 1 december 1999 op grond van kennelijk onredelijk ontslag een vordering op Schaap B.V. voor een bedrag van NLG 50.000 vermeerderd met rente. De heer V. heeft dit bedrag nog steeds niet ontvangen.

V. stelt Den D. als enig bestuurder van Schaap B.V. op basis van onrechtmatige daad persoonlijk aansprakelijk voor het inmiddels flink opgelopen bedrag (+/- NLG 100.000,-) omdat hij heeft voorkomen dat Schaap B.V. jegens hem aan haar verplichtingen zou voldoen . V. beroept zich in dit verband op de bij het handelsregister gedeponeerde balansen, waaruit zou blijken dat Schaap B.V. ruimschoots in staat was aan haar verplichtingen te voldoen.

De rechtbank en het hof geven de heer V. gelijk. Per 31 december 1998 beschikte de vennootschap over een zodanig bedrag aan liquide middelen dat een groot gedeelte van de vordering van V. voldaan had kunnen worden. Den D. heeft niet gesteld dat dit onmogelijk was, waarmee volgens de rechtbank de betalingsonwil van de vennootschap dan wel Den D. gegeven is.

Verder acht de rechtbank het verweer dat de vorderingen op de balans niet opeisbaar zouden zijn onvoldoende, gelet op de verplichting van Den D. om de betalingsonmacht aannemelijk te maken.

Ook het Hof vond het niet voldoende dat Den. D. over de aard van de aanzienlijke vorderingen die op de balansen vermeld waren, geen andere mededelingen heeft gedaan dan dat deze ‘niet opeisbaar' waren. Waarom de niet-opeisbare vorderingen jarenlang op de balans bleven staan en waarin de niet-opeisbaarheid van die vorderingen was gelegen, heeft Den D. niet toegelicht. Den D. heeft daardoor onvoldoende gemotiveerd waarom de liquide middelen niet ter voldoening van de vordering van V. konden worden aangewend. Den D. wordt hoofdelijk aansprakelijk gesteld en gehouden het bedrag en de kosten te betalen.



Hof Amsterdam 19 augustus 2004. Journaal Ondernemingsrecht 2005.